This course provided an overview of second language pedagogy approaches past and present, examining affective factors, learner variables, language learning strategies, multilingual approaches, and the L2/multilingual classroom as a social setting, including teacher-student interactions, content-pedagogy integration, and recent turns in the field.
Focused on the transition from student to teacher, this course addresses the theory and practice of teaching literary works, including teaching methodologies, student- and teacher-centred approaches, goals and learning objectives, and canonical choices in curriculum design.
Dit vak onderzoekt de potentie van het antropoceendebat voor cultuurwetenschappelijk onderzoek, met aandacht voor niet-menselijke perspectieven op literatuur, kunst, film en filosofie, representatie, een poëtica van het antropoceen, en de spanning tussen dystopisch en utopisch denken.
Dit vak vormt de schakel tussen academische modules en schoolgerichte vakken, en richt zich op de raakvlakken tussen vakdiscipline en vakdidactiek, de historische ontwikkeling van het schoolvak, actuele thema's zoals digitale middelen en interculturele vaardigheden, en biedt een eerste kennismaking met de stageschool.
In dit vak ga je op pad als reflective practitioner door te werken aan pedagogische en didactische basisvaardigheden, waaronder het ontwerpen van lessen, omgaan met groepen en individuele leerlingen, persoonlijk professioneel handelen, en professioneel stemgebruik.
Voortbouwend op PAD A, verdiept dit vak pedagogisch en didactisch handelen aan de hand van wetenschappelijke theorieën over leerprocessen, leer- en gedragsmoeilijkheden, motivatie, identiteitsontwikkeling, sociaal-emotionele en morele ontwikkeling van adolescenten, ongelijkheid, en professioneel stemgebruik.
In dit stagevak oriënteer je je op het leraarsberoep door lessen te observeren en te verzorgen, met nadruk op lesontwerp, communicatie met leerlingen en klassenmanagement, aansluitend op de theorie uit PAD A.
Dit stagevak verdiept pedagogisch en didactisch handelen via wetenschappelijke theorieën over leerprocessen, leer- en gedragsmoeilijkheden, motivatie, identiteitsontwikkeling, sociaal-emotionele en morele ontwikkeling van adolescenten, ongelijkheid, en professioneel stemgebruik.
Dit vak richt zich op de ontwikkeling van vakdidactische beroepsvaardigheden, waaronder vakdidactische basisprincipes, centrale concepten uit het schoolvak en het ontwerpen van lessen, in samenhang met de pedagogische en onderwijskundige inzichten uit PAD A en B.
In dit stagevak geef je zelfstandig les en draag je verantwoordelijkheid voor één of meer klassen. Je verruimt je blik naar de schoolorganisatie, en reflecteert aan het einde op je eigen ontwikkeling als docent.
Dit vak bereidt je voor op het afstudeertraject door te reflecteren op onderzoeksmethoden en de relatie tussen wetenschappelijk onderzoek en onderwijspraktijk, met nadruk op het combineren van geesteswetenschappelijke en vakdidactische onderzoekstradities.
Voortbordurend op Vakdidactiek 1 richt dit vak zich op complexe vakspecifieke kennis en vaardigheden voor de bovenbouw, en ontwikkelen studenten samen een vakdidactische workshop voor medestudenten en opleiders.
Afsluitend in de PAD-reeks verdiept dit vak pedagogische thema's vanuit de leerling in context, waarbij theorie, praktijkervaring en persoonlijke ontwikkeling worden verbonden op klas-, school- en landelijk niveau.
In deze master verdiep je zowel de theorie als de praktijk van het lesgeven in je eigen vakgebied. Je ontwikkelt je tot de inspirerende academisch gevormde leraar die het onderwijs zo hard nodig heeft.Dr. Rose van der Zwaard
Gedurende het hele programma volg je het inspiratie-, innovatie- en intervisietraject. Dit traject is opgebouwd uit bijeenkomsten met inspirerende professionals, individuele planningsgesprekken, reflectieopdrachten en intervisiesessies. Alle studenten uit een groep zitten het hele traject bij elkaar.
In het eerste deel van het eerste jaar volg je een aantal kernvakken die de nadruk leggen op taal- en letterkunde. Je volgt bijvoorbeeld de cursus 'Tekst und Theorie: Deutschlandbilder in der Kunst', waar vragen van beeldvorming, processen van stereotypering en artistieke kritiek centraal staan. In het tweede semester leggen de kernvakken de nadruk op pedagogiek en algemene didactiek. In ‘Het schoolvak: Onderzoek en praktijk’ worden wetenschap en didactiek met elkaar gecombineerd. In dit vak leer je thema’s uit het wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar een klassituatie.
In het tweede jaar heb je profileringsruimte (15 EC) waarin je zelf kunt kiezen waar jij in je leertraject de nadruk op wilt leggen. Je kunt bijvoorbeeld kiezen voor een korte stage in een museum, bij een educatieve uitgeverij of in het buitenland. Je kunt ook kiezen voor het keuzevak Literature and Education: Cultural Literacies, dat de relatie tussen taal- en cultuurstudies in een bredere educatieve context onderzoekt. Daarnaast is het mogelijk om te werken aan jouw taalvaardigheid, of om je pedagogisch, taal- of cultuurkundig verder te ontwikkelen. Je mag zelf kiezen waar je vakken volgt (bijvoorbeeld aan andere universiteiten). Jouw keuzes worden tijdens het inspiratie-, innovatie- en intervisietraject besproken en afgewogen.
Per jaar zullen er 2 tot 3 tutorbijeenkomsten worden georganiseerd. Hierin kunnen allerlei zaken worden besproken die te maken hebben met de opleiding en de stage. Je kunt altijd terecht bij een tutor voor een gesprek.
Vanaf halverwege het eerste jaar tot aan het einde van de opleiding sta je voor de klas. De gehele stage omvat 840 uur, waarbinnen je ten minste 100 klokuren lesgeeft in het voortgezet onderwijs. De relatief lange stageperiode zorgt ervoor dat jouw vaardigheden goed worden ontwikkeld en je veel ruimte krijgt ervaring in de praktijk op te doen. Je kunt ervoor kiezen om je stage op twee verschillende scholen te doen, zodat je kennis kunt maken met verschillende onderwijstypen en schoolculturen. Naast lesgeven kun je ook betrokken worden bij andere schoolgerelateerde zaken zoals excursies, ouderavonden en individuele begeleiding van leerlingen.
De UvA heeft een overeenkomst met verschillende opleidingsscholen, waarvan een deel in de omgeving van Amsterdam, maar ook in de rest van Noord-Holland, ’t Gooi en Almere. Je wordt op een van deze scholen geplaatst.
In het vierde semester staat het afstudeertraject centraal en kies je een eigen thema dat je in de onderwijspraktijk en de wetenschappelijke theorie onderzoekt. De scriptie bestaat daarom uit een wetenschappelijk onderzoek en een vertaling naar een praktische toepassing.
Als je twee losse trajecten doet, krijg je eerst een aparte academische master (waarvoor je een masterscriptie schrijft), en dan een jaar educatiegericht onderwijs met een stage. In de tweejarige master Educatie en communicatie verdiep je op een bijzondere manier je kennis van het schoolvak. Je volgt vakken taalkunde, literatuur en cultuur in combinatie met vakdidactiek en pedagogiek. Op een van deze gebieden ga je je specialiseren. Je ontwikkelt een eigen profiel en onderwijsvisie. Hierbij krijg je uitgebreide begeleiding van zowel docenten van de vakmaster als van docenten van de lerarenopleiding. Dankzij deze combinatie van taal en educatie leer je in twee jaar een vak dat je uitstekend kwalificeert voor de arbeidsmarkt. Je beschikt over vakinhoudelijke en vakdidactische expertise en over een groot aantal vaardigheden: flexibiliteit, communicatie, goed samenwerken en een onderzoekende, analytische, kritische en reflectieve houding. Deze vaardigheden zijn van onschatbare waarde in het onderwijs, maar ook in tal van andere sectoren en beroepen.
Ja, bij plaatsing doen we moeite om zoveel mogelijk rekening te houden met je woonplaats, de reistijd, en andere persoonlijke omstandigheden. We zijn echter wel afhankelijk van beschikbare stageplaatsen en van de opleidingsscholen waarmee we een overeenkomst hebben. Een deel hiervan zit in de omgeving van Amsterdam en een deel in de rest van Noord-Holland, ’t Gooi en Almere.
De uren die je werkt op een school kun je als stage gebruiken mits de aard van het onderwijs (onderbouw, bovenbouw, VWO) én de begeleiding in overeenstemming is met de vereisten binnen de opleiding.
De roostering van vakken is meestal verspreid over de hele week. Een bijbaantje is mogelijk, maar de voltijdsopleiding houdt geen rekening met een grotere baan die je naast je studie hebt.